Wie een fotoboek wil maken, staat meestal voor een berg foto's. Na een vakantie, een verjaardag of een heel jaar zit de gsm vol, en het lijkt onmogelijk om te weten waar je moet beginnen. Het geheim is om niet alles tegelijk te willen doen. Kies eerst een duidelijk thema, bijvoorbeeld de zomer aan zee of het jaar van de kinderen, en werk stap voor stap. Zo blijft de taak overzichtelijk en wordt ze zelfs leuk.
Werk in rondes
In de eerste ronde ga je heel snel door de foto's en bewaar je alles wat je meteen raakt. Denk niet lang na. Zet die foto's in een aparte map of een tijdelijk album. In de tweede ronde loop je die verzameling nog eens door en haal je de dubbele foto's eruit. Als je vijf opnames hebt van hetzelfde moment, kies dan de beste en laat de andere liggen. Wat overblijft, is al veel behapbaarder.
In de derde ronde kijk je naar het verhaal. Welke foto's vertellen samen iets? Een goed boek heeft hoogtepunten, maar ook rustpunten: een groot landschap, een detail van een bord met eten, een kind dat slaapt. Wissel af tussen wijde beelden en dichtbije beelden, tussen drukke en stille. Zo blijft het boek boeiend, en heeft het oog tijd om te rusten tussen twee bladzijden.
Vraag gerust een ander om mee te kijken. Vaak zie je zelf niet meer welke foto's echt goed zijn, omdat je te dichtbij zit. Een partner, een kind of een vriendin merkt meteen op welke foto ontroert of amuseert. Praat er samen over en luister naar elkaars keuzes. Zo wordt het boek van iedereen, en niet alleen van degene die de foto's heeft gemaakt.
Wees niet bang om weg te laten. Een boek met minder foto's wordt vaker doorgebladerd dan een boek dat overloopt. Het hoeft niet perfect te zijn, want een boek dat klaar is, is beter dan een boek dat altijd in aanbouw blijft. Doe een nazicht op scherpte, kleur en uitsnede voor je bestelt, en laat het daarna even rusten. Dan zie je meteen of je er echt tevreden over bent.